BREDA - De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft een nu 20-jarige jongen veroordeeld voor het plegen van een gewelddadige overval op medewerkers van een busmaatschappij. De jongen krijgt nog een onvoorwaardelijke straf van 1 jaar jeugddetentie opgelegd, hoewel hij eerder al een PIJ-maatregel opgelegd had gekregen voor andere later gepleegde strafbare feiten.

Overval

De verdachte heeft samen met een ander in augustus 2022 in Bergen op Zoom een zeer gewelddadige overval gepleegd op medewerkers van een busmaatschappij. Zij hebben een medewerker van het bedrijf buiten opgewacht. Toen hij naar binnen wilde gaan, hebben ze hem aangevallen en naar binnen geduwd. Deze medewerker en een al aanwezige collega bedreigden zij met vuurwapens. Ook is over een van hen heet water gegoten. Vervolgens is een medewerker gedwongen een derde medewerker te overtuigen om eerder te komen. Deze kwam nietsvermoedend binnen en werd vervolgens ook aangevallen en bedreigd met vuurwapens. Deze beangstigende situatie heeft een uur geduurd en stopte pas toen een van de slachtoffers met gevaar voor eigen leven wist weg te rennen.

Doordat de verdachten niet gekregen hebben waar zij voor kwamen, namelijk camerabeelden, zijn de slachtoffers en ook andere medewerkers van de busmaatschappij nog lange tijd bang geweest dat de verdachten terug zouden komen.

Jeugddetentie

Volgens de rechtbank heeft de verdachte nog steeds geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden en toont hij geen enkele empathie richting de slachtoffers. Verdachte is daarbij degene geweest die het hete water over het slachtoffer heeft gegoten. Deze houding en gedrag van verdachte baart de rechtbank grote zorgen.

De verdachte is in 2023 door de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot 1 jaar jeugddetentie en heeft daarnaast de PIJ-maatregel opgelegd gekregen voor andere, zeer ernstige, strafbare feiten die hij ook in augustus 2022 heeft gepleegd. Het is niet gebruikelijk om nog een onvoorwaardelijke straf op te leggen nadat er al een PIJ-maatregel is opgelegd voor strafbare feiten die later gepleegd zijn. Toch vindt de rechtbank een voorwaardelijke straf, zoals door de officier van justitie geëist, niet gepast. Er is sprake van een zeer ernstig misdrijf.

Vanwege de ernst van het misdrijf en de houding van de verdachte wordt alsnog 1 jaar jeugddetentie opgelegd. Hierbij gaat de rechtbank ervan uit dat als alle zaken gepleegd in augustus 2022 tegelijk op een zitting waren behandeld, aan de verdachte een maximale jeugddetentie van 2 jaar en een PIJ-maatregel zou zijn opgelegd.